Sociale psychologie

Studie programma

Hoofdstuk 5: Indrukken vormen van groepen: het verkrijgen van stereotypen (pp. 145–160)

Vraag je af…

Wat je moet weten

  1. De Inhoud van Stereotypen (pp. 146–149)
    1. Stereotypen omvatten vele soorten karakteristieken
    2. Stereotypen kunnen positief of negatief zijn
    3. Stereotypen kunnen accuraat of inaccuraat zijn
  2. Het Zoeken van Motieven achter het Stereotyperen (p. 149)
  3. Motieven voor het Vormen van Stereotypen: Beheersing door Persoonlijke Ervaringen Samen te Vatten (pp. 149–157)
    1. Mensen merken sommige groepsleden eerder op dan andere groepsleden
    2. Sommige informatie trekt meer aandacht dan andere informatie
    3. Sociale rollen zetten de correspondentie bias in werking
    4. Sociale rollen en geslachtsstereotypen
    5. Intergroepsinteracties wekken emoties op
    6. Het leren van stereotypen van de media
    7. Geslachtsstereotypen en de media
  4. Motieven voor het Vormen van Stereotypen: Binding met Anderen (pp. 157–158)
    1. Stereotypen leren van anderen
    2. De sociale communicatie van stereotypen
  5. Motieven voor het Vormen van Stereotypen: Rechtvaardiging van Ongelijkheden (pp. 158–160)
De Inhoud van Stereotypen
Stereotypen omvatten vele soorten karakteristieken

In 1922 introduceerde Lippmann de term stereotype als "afbeeldingen in het hoofd": vereenvoudigde mentale beelden van hoe groepen eruit zien en wat ze doen.

Naast fysieke verschijning, interesses, doelen, activiteiten, bezigheden en kenmerken, bevatten stereotypen ook persoonlijkheidseigenschappen en emoties of gevoelens.

Jackman en Senter (1981) toonden aan dat geslachtsstereotypen sterker en met meer overtuiging worden gehouden dan etnische stereotypen.

Stereotypen kunnen positief of negatief zijn

Stereotypen kunnen negatieve, maar ook positieve kenmerken bevatten.

Zelfs positieve stereotypen kunnen negatieve consequenties hebben: overschatte uniformiteit (terwijl mensen graag als uniek worden gezien), rigide verwachtingen, en bevestiging van de zwakheden en afhankelijkheid van de groep.

Hoewel de opvattingen positief zijn, versterkt "welwillend seksisme" de zwakheden en afhankelijkheid van vrouwen als groep.

Stereotypen kunnen accuraat of inaccuraat zijn

Sommige stereotypen zijn accuraat in richting en/of mate. Dit is niet verrassend omdat mensen "zichzelf sorteren" in groepen, waardoor echte groepsverschillen worden gecreëerd, die gereflecteerd kunnen zijn in stereotypen.

Stereotypen kunnen ook inaccuraat zijn. Er zijn vele voorbeelden van inaccurate stereotypen (SP p. 148). In zekere zin is elk stereotype inaccuraat wanneer dit stereotype gezien wordt als toepasbaar op elk groepslid.

Onderzoeksactiviteit: Stereotypen

Het Zoeken van Motieven achter het Stereotyperen

Vroegere theoretici traceerden vooroordelen en negatieve stereotypen naar diepere, innerlijke conflicten in individuen met een autoritaire persoonlijkheid; individuen die hun eigen vijandigheid niet accepteren, geloven in de rechtmatigheid van autoriteit en hun eigen onbekwaamheden zien in anderen.

Vooroordelen en stereotypen zijn echter regel dan uitzondering. Dus niet alleen de paar "gestoorde" individuen zijn bevooroordeeld en hebben stereotypen.

Motieven voor het Vormen van Stereotypen: Beheersing door Persoonlijke Ervaringen Samen te Vatten

Positieve of negatieve indrukken van individuele groepsleden vormen een belangrijk deel van de algemene indrukken van een groep, zelfs wanneer mensen met slechts één of twee leden in contact zijn gekomen.

Henderson-King en Nisbett (1996) lieten in hun experiment zien dat de acties van een enkele groepslid gedachten en gevoelens over de hele groep kunnen activeren, zelfs bij bekendheid met de groep (SP p.150).

Case study: De invloed van ontmoetingen met individuele groepsleden op stereotypen

Mensen merken sommige groepsleden eerder op dan andere groepsleden

Onze aandacht wordt getrokken tot dat wat ongewoon, onverwacht of saillant is. Daarom hebben onderscheidende individuele groepsleden een disproportionele invloed op de vorming van groepsstereotypen. Dit werd gedemonstreerd door Rothbart et al. (1978) (SP p. 151).

Sommige informatie trekt meer aandacht dan andere informatie

De gevormde indrukken van groepen blijven onveranderd wanneer we andere groepsleden, wiens verschijning of acties redelijk gewoon zijn, ontmoeten.

Dit omdat er associaties gevormd worden tussen ongewone of onderscheidende karakteristieken en zeldzame of weinig frequent ontmoette groepen.

Deze geassocieerde karakteristieken zouden echter niet echt gerelateerd aan elkaar kunnen zijn, waardoor je bepaalde karakteristieken van de groep incorrect overschat. Deze onjuiste overschatting illustreert dat je een illusoire correlatie hebt gevormd.

Het onderzoek van Hamilton en Gifford (1976) naar groepsindrukken toonde een illusoire correlatie aan (SP p. 151).

Onderzoeksactiviteit: Illusoire correlatie

Sociale rollen zetten de correspondentie bias in werking

Het observeren van de gedragingen van een groep heeft veel invloed op onze indrukken, zelfs wanneer deze gedragingen gevormd worden door de sociale rol van een groep. Het resultaat van het negeren van de sociale rollen als een oorzaak van gedrag (een correspondentie bias, zie Hoofdstuk 3) is de formatie van stereotypen.

Vele feiten suggereren dat groepsstereotypen een reflectie zijn van de sociale rollen die deze groepen occuperen (zie SP pp. 152–153).

Sociale rollen en geslachtsstereotypen

Mannen en vrouwen hebben de tendens om zich te gedragen naar hun rollen, wat ertoe leidt dat observatoren incorrect hun gedrag aan innerlijke karakteristieken attribueren. Dit draagt bij aan geslachtsstereotypen.

Dit werd aangetoond door het onderzoek van Hoffman en Hurst (1990) naar het vormen van stereotypen over fictieve groepen (SP pp. 153–154). Schaller et al. (1996) lieten echter zien dat training fouten in inferenties kan tegengaan.

Intergroepsinteracties wekken emoties op

Mensen voelen onzekerheid en bezorgdheid wanneer ze interacteren met nieuwe groepen, wat stereotypen beïnvloedt. De emoties worden opgewekt door oncomfortabele ontmoetingen met groepen en worden overgebracht op de groep zelf wanneer een interactie met een groep frequent samengaat met deze specifieke emoties. Dit proces wordt klassieke of evaluatieve conditionering genoemd.

Het leren van stereotypen van de media

Onze ervaring met leden van andere groepen komt ook indirect vanuit de media, waar vertekende boodschappen worden verzonden door stereotypering en onderrepresentatie van specifieke groepen.

Romer et al. (1998) vonden bijvoorbeeld dat, vergeleken met de daadwerkelijke statistieken, mensen met een getinte huidskleur overgerepresenteerd worden als verdachten van een misdaad en mensen met een blanke huidskleur als slachtoffers (SP p. 156).

Geslachtsstereotypen en de media

Reclames, cartoons en andere media versterken de geslachtsstereotypen (voor voorbeelden zie SP pp. 156–157). Dit verhoogt de acceptatie van geslachtsstereotypen.

Motieven voor het Vormen van Stereotypen: Binding met Anderen
Stereotypen leren van anderen

Stereotypen en vooroordelen kunnen opgepikt worden door kinderen die de woorden en daden van hun ouders en leraren observeren en imiteren. Deze woorden en daden reflecteren sociale normen. Wanneer stereotypen en vooroordelen diep ingebed zijn in de sociale normen, leren kinderen deze tijdens het opgroeien.

Pettigrew (1958) liet zien dat mensen die sociale normen het sterkst aanhangen, de meeste vooroordelen hebben (SP p. 158).

De sociale communicatie van stereotypen

Sociale communicatie kan ook stereotypen versterken. Indrukken gevormd door informatie uit tweede hand (door anderen gecommuniceerd) zijn meer sterotypisch dan indrukken gevormd door informatie uit eerste hand (eigen waarneming van de groep) en blijven stereotypisch na directe ervaring met de groep.

Motieven voor het Vormen van Stereotypen: Rechtvaardiging van Ongelijkheden

Stereotypen dienen vaak om bestaande sociale ongelijkheden te rechtvaardigen en te rationaliseren door de groep af te schilderen alsof ze hun sociale rollen en posities verdienen op de basis van hun eigen karakteristieken (voor voorbeelden zie SP pp. 158–159).

Een reden voor deze rechtvaardiging is het "geloof in een rechtvaardige wereld"; mensen verdienen wat ze krijgen en krijgen wat ze verdienen. Dit stelt ons op ons gemak.

Deze opvatting leidt ertoe dat we slachtoffers de schuld geven van wat hen overkomen is. Dit werd gedemonstreerd door onderzoek van Lerner en Simmons (1966) (SP p. 159).

Wat betekent dit?

Stereotypen bevatten vele soorten karakteristieken, die positief of negatief, accuraat of inaccuraat kunnen zijn. Stereotypen worden geleerd door persoonlijke ervaringen met groepsleden, welke een vertekening kunnen veroorzaken gezien mensen extremen opmerken; associaties tussen ongewone karakteristieken en weinig frequent ontmoette groepen worden gevormd, die ook in werkelijkheid niet gerelateerd hoeven te zijn. Sociale rollen, emoties opgewekt door intergroepsinteracties en sociaal leren dragen bij aan stereotypen. Stereotypen en discriminatie zijn vaak geaccepteerd en worden vaak als goed en fatsoenlijk gezien door leden van een bepaalde groep, waardoor het sociale normen worden. Motieven om stereotypen te vormen kunnen getraceerd worden naar beheersing, binding, en rechtvaardiging van bestaande sociale ongelijkheden.

Volgende onderwerp

Het gebruiken van stereotypen: van vooropgezette meningen naar vooroordelen

Onderwerpen van het hoofdstuk

  1. Hoofdstuk 5 introductie
  2. Indrukken vormen van groepen: het verkrijgen van stereotypen
  3. Het gebruiken van stereotypen: van vooropgezette meningen naar vooroordelen
  4. Het veranderen van stereotypen: het te boven komen van de vertekening om vooroordelen te verminderen
  5. Overzicht van Hoofdstuk 5 (PDF)
  6. Fill-in-the-blank vragen
  7. Multiple choice vragen