Hoofdstuk 6: Ik, jij en hen: effecten van sociale categorisatie (pp. 194–209)
Vraag je af…
- Hoe kan groepslidmaatschap helpen om onszelf te definiëren?
- Hoe kan groepslidmaatschap helpen om ons te binden met anderen?
- Wat zijn de condities voor vijandigheid ten opzichte van de outgroep?
Wat je moet weten
-
"Ik" wordt "Wij": Sociale Categorisatie en het Zelf (pp. 194–197)
- Jezelf zien als een groepslid
- Toegankelijkheid van geslachtsidentitieit in het klaslokaal
- Onszelf aardig vinden: sociale identiteit en zelfwaardering
- Sociale identiteit en emoties
- Evenwicht zoeken tussen individualiteit en verbondenheid
-
Anderen worden "Wij": Sociale Categorisatie en de Ingroep (pp. 197–200)
- Het waarnemen van andere leden van de ingroep
- Ingroepsleden aardig vinden: Bij ons horen betekent beminnelijk zijn
- Het geven van taalvoordeel aan leden van de ingroep
- De ingroep goed behandelen: rechtvaardigheid en altruïsme
-
Anderen worden "Zij": Sociale Categorisatie en de Outgroep (pp. 200–209)
- De outgroep waarnemen als homogeen: "Zij zijn allemaal hetzelfde!"
- "Outgroup homogeneity" in het juridisch stelsel
- Effecten van pure categorisatie: discriminatie ter begunstiging van de ingroep
- Discriminatie en sociale identiteit
- Effecten van waargenomen nadeel: Laten we tegen hen strijden
- Effecten van extreme bedreiging: Zij bedreigen ons, dus laten we eerst aanvallen.
- Morele exclusie
"Ik" wordt "Wij": Sociale Categorisatie en het Zelf
Jezelf zien als een groepslid
De typische karakteristieken van een groep kunnen normen of standaarden voor gedrag worden wanneer iemand zichzelf ziet als groepslid.
Mackie (1986) demonstreerde dat mensen gaan denken op een typische groepsmanier.
Mensen die zich meer identificeren met hun groep, zien zichzelf als een meer typisch groepslid. Dit werd aangetoond door Spears, Doosje, en Ellemers (1997).
Toegankelijkheid van geslachtsidentitieit in het klaslokaal
De toegankelijkheid van geslachtsrollen kan de carrière- en studie-keuze van mannen en vrouwen beïnvloeden. Indirect bewijs (Smith, 1977) laat keuzeverschillen zien van mannen en vrouwen in niet gemengde versus gemengde scholen (zie SP p. 195).
Onszelf aardig vinden: sociale identiteit en zelfwaardering
Mensen streven naar een positieve zelfwaardering. Deze zelfwaardering kan beïnvloed worden door groepslidmaatschap; een positieve groepslidmaatschap verhoogt de zelfwaardering.
Deze tendens om zich te associëren met een positieve groepsidentificatie (bask in reflected glory, BIRG) kan een manier zijn om positieve zelfbeschouwing te herstellen, vooral wanneer de zelfwaardering bedreigd is.
Sociale identiteit en emoties
Mensen ervaren emoties in respons op gebeurtenissen die individuen van de groep hebben geraakt wanneer ze herinnerd worden aan de gemeenschappelijke identiteit die ze met deze individuen hebben. Dit werd aangetoond door Gordijn et al. (2001).
Mensen ervaren deze groepsgebaseerde emoties omdat de groep deel uitmaakt van het zelf.
Evenwicht zoeken tussen individualiteit en verbondenheid
Groepslidmaatschap kan de behoefte voor individualiteit en verbondenheid beiden bevredigen. Waargenomen verschillen tussen onze groep en andere groepen bevredigen de behoefte voor individualiteit, terwijl waargenomen overeenkomsten tussen onszelf en andere leden van de eigen groep de behoefte voor verbondenheid bevredigen. Mensen hebben de beste balans in relatief kleine groepen (zie SP p. 197).
Anderen worden "Wij": Sociale Categorisatie en de Ingroep
Het waarnemen van andere leden van de ingroep
Wanneer groepslidmaatschap toegankelijk is, denken we aan kenmerken die we met de groep delen. Hoe toegankelijker het groepslidmaatschap, hoe meer veronderstelde gelijkheid we waarnemen.
We leren ook veel over de unieke karakteristieken van andere ingroepsleden. Wanneer groepslidmaatschap niet toegankelijk is, wordt de groep zelfs als zeer divers gezien. Het leren kennen van elkaars persoonlijkheden, passies en preferenties helpt ons om onze plek te vinden in de groep.
Ingroepsleden aardig vinden: Bij ons horen betekent beminnelijk zijn
Omdat de groep deel is van het zelf, vinden we leden van de ingroep aardiger dan leden van de outgroep. Dit aardig vinden hangt voornamelijk af van de kennis van het gedeeld groepslidmaatschap. Het evalueren van de ingroep als meer positief en begerenswaardig dan andere groepen gebeurt zelfs wanneer men wordt ingedeeld in groepen op een triviale of geheel willekeurige basis.
"Wij" heeft een positieve connotatie; het woord "wij" activeert automatisch positieve associaties. Dit werd aangetoond door Perdue et al. (1990).
Het geven van taalvoordeel aan leden van de ingroep
Er bestaat een linguïstische vertekening wanneer mensen acties beschrijven van leden van de in- en outgroep. Wanneer het gedrag wordt verwacht (positief gedrag door leden van de ingroep en negatief gedrag door leden van de outgroep), beschrijft men het gedrag met abstracter taalgebruik, waardoor impliciet het gedrag wordt afgeschilderd als generaliseerbaar en gelinkt aan karakteristieken. Echter wanneer gedrag niet verwacht wordt (negatief gedrag door leden van de ingroep en positief gedrag door leden van de outgroep), beschrijft men het gedrag met specifieker taalgebruik, waardoor impliciet het gedrag wordt afgeschilderd als niet generaliseerbaar en een geïsoleerde gebeurtenis dat een uitzondering op de regel is.
Onderzoeksactiviteit: Linguïstische vertekening
De ingroep goed behandelen: rechtvaardigheid en altruïsme
Wanneer mensen beminnelijk en gelijker aan ons worden door groepslidmaatschap, willen we het beste voor hen. Waargenomen individuele en groepsbelangen vloeien samen wanneer groepslidmaatschap geactiveerd is. Dit zorgt voor een basis voor eerlijk en altruïstisch gedrag.
Anderen worden "Zij": Sociale Categorisatie en de Outgroep
De outgroep waarnemen als homogeen: "Zij zijn allemaal hetzelfde!"
De tendens om leden van de outgroep als "allemaal hetzelfde" waar te nemen in vergelijking tot de ingroep wordt het outgroup homogeneity effect genoemd.
Onderzoeksactiviteit: Het outgroup homogeneity effect
Dit effect kan door drie belangrijke potentiële factoren verklaard worden. De eerste is een gebrek aan vertrouwdheid met de outgroep; we kennen meer leden van de in- dan van de outgroep, en zijn ons daardoor meer bewust van de diversiteit van de leden van de eigen groep.
De tweede belangrijke factor is de beperkte aard van de interacties met leden van de outgroep; interacties met leden van de outgroep zijn vaak geen individuele interacties, in tegenstelling tot interacties met ingroepsleden.
De laatste belangrijke potentiële factor is dat mensen zich focussen op karakteristieken die hen differentiëren en uniek maken van anderen. Met betrekking tot leden van de outgroep is het verschil direct duidelijk; groepsdefinierende karakteristieken van de outgroep verschillen met de eigen karakteristieken. Met betrekking tot leden van de ingroep moet er veel dieper gezocht worden om differentiërende karakteristieken te vinden. Dit werd aangetoond door Park en Rothbart (1982). Zij lieten zien dat meer persoonlijke details herinnerd werden over individuen van de eigen sekse dan de andere sekse (zie SP p. 202).
Niet alle groepen zien de outgroep als meer homogeen; wanneer de ingroep een minderheidsgroep is, wordt deze groep als meer homogeen gezien. Dit kan verklaard worden door vertrouwdheid met de outgroep; leden van de minderheidsgroep zouden een groter aantal leden van de outgroep dan van de ingroep kennen.
Minderheidsstatus kan ook de werkelijke variabiliteit van groepen vergroten Ongelijke macht en verschillen in toegankelijkheid van groepslidmaatschap zorgen ervoor dat leden van een groep zich meer uniform en homogeen gaan gedragen (zie SP p. 203).
"Outgroup homogeneity" in het juridisch stelsel
Mensen zien leden van de outgroep ook als "op elkaar lijkend" qua uiterlijk. Het effect dat mensen gezichten van de eigen etnische groep makkelijker kunnen herkennen dan gezichten van andere etnische groepen wordt de "cross-race identification bias" genoemd. Identificatie-accuraatheid groeit met vertrouwdheid.
Effecten van pure categorisatie: discriminatie ter begunstiging van de ingroep
Negatieve stereotypen, wederzijdse onbekendheid en angst, de verdeling van middelen en een geschiedenis van botsingen kunnen etnische conflicten verklaren. Echter kan discriminatie zelfs voorkomen in een minimale intergroepssituatie. In een minimale intergroepssituatie zijn individuen op basis van willekeur aan de groepen toegewezen zonder gedefinieerde groepskarakteristieken, zonder andere leden van de in- of outgroep te kennen, zonder basis voor stereotypen en zonder een geschiedenis van botsingen.
Verwante website: Meer informatie over de minimale groepstheorie
Discriminatie en sociale identiteit
Deelnemers begunstigen de ingroep over de outgroep zelfs wanneer het in absolute termen de ingroep wat kost.
De begunstiging van de ingroep over de outgroep kan verklaard worden door de sociale identiteitstheorie. Deze theorie beargumenteerd dat mensen gemotiveerd zijn om positieve zelfwaardering uit een groepslidmaatschap te halen. Het prefereren van de ingroep over de outgroep is een manier om goed over onszelf te voelen. Het is consistent aangetoond dat de zelfwaardering van mensen toeneemt wanneer de outgroep gediscrimineerd wordt (zie SP p. 205).
Effecten van waargenomen nadeel: Laten we tegen hen strijden
Bedreigingen naar groepen toe maakt discriminatie los.
Hogere statusgroepen hebben de neiging te discrimineren op dimensies die relevant zijn voor de status van de groep, terwijl lagere statusgroepen op minder direct relevante dimensies discrimineren.
Ongelijke status versterkt discriminatie en de gevoelde emoties.
Effecten van extreme bedreiging: Zij bedreigen ons, dus laten we eerst aanvallen.
Wanneer mensen bedreigingen van een outgroep naar hun ingroep ervaren, zullen ze (a) ingroep-symbolen en -waarden verheerlijken en (b) de outgroep naar beneden halen, haten en aanvallen. Dus ingroepsbegunstiging wordt vergezeld met outgroepsvernedering wanneer de ingroep zich bedreigd voelt door een andere groep.
Het beoordelen van de outgroep op basis van de ingroepsstandaard leidt tot het falen van de outgroep. Dit wordt gebruikt om de vernedering goed te praten.
Morele exclusie
Discriminerend gedrag kan extreem worden wanneer de outgroep moreel buitengesloten wordt. Dit betekent dat de regels van rechtvaardigheid en.beschaafdheid niet gelden voor de leden van de outgroep. De outgroep wordt dan waargenomen als fundamenteel ondergeschikt aan de ingroep. Groepsleden weigeren persoonlijke verantwoordelijkheid voor hun haatdragende gedragingen te nemen. Ze rationaliseren hun gedrag door de gedachte dat de outgroep dit zelf veroorzaakt heeft en zien in het welzijn van de ingroep een bron van hogere morele autoriteit.
Wat betekent dit?
De typische karakteristieken van een groep kunnen normen voor gedrag worden wanneer iemand zichzelf ziet als groepslid. Mensen evalueren hun ingroep positiever dan andere groepen omdat ze volgens de sociale identiteitstheorie gemotiveerd zijn om positieve zelfwaardering uit het groepslidmaatschap te halen. Dit kan zelfs in een minimale intergroepssituatie voorkomen. Ingroepsbegunstiging wordt vergezeld door outgroepsvernedering wanneer de ingroep zich bedreigd voelt door de outgroep, Mensen nemen de outgroep als meer homogeen waar dan de ingroep (outgroup homogeneity effect). Dit kan verklaard worden door gebrek aan vertrouwdheid, de beperkte aard van de interacties en de focus op karakteristieken dat ons uniek maken van anderen.

