Hoofdstuk 14: Wanneer helpen mensen? (pp. 518–524)
Vraag je af…
- Wat zijn de factoren die bepalen of je iemand helpt?
- Wanneer is het aan jou om te helpen en wanneer niet?
Wat je moet weten
-
Is Hulp Nodig en Gewenst? (pp. 519–521)
- Het opmerken van de behoefte aan hulp
- De beoordeling van het verdienen van hulp
-
Moet Ik Helpen? (pp. 521–524)
- Is het bieden van hulp aan mij? Spreiding van verantwoordelijkheid
- Wanneer normen hulp gepast maken
- Wanneer normen hulp ongepast maken
Is Hulp Nodig en Gewenst?
Het opmerken van de behoefte aan hulp
Je moet de behoefte aan hulp kunnen opmerken. Drukke en lawaaiige omgevingen bemoeilijken dit.
Een vrolijke stemming zorgt voor een meer sociaal perspectief, waardoor je de behoefte aan hulp beter opmerkt.
Publieksremming: Om voor schut staan te voorkomen, vermijden we helpen in de aanwezigheid van publiek.
Het niet reageren van anderen beïnvloedt ons hulpgedrag: Wanneer anderen niets doen, doen wij waarschijnlijk ook niets.
De beoordeling van het verdienen van hulp
Normen die bepalen of iemand je hulp verdient:
- Sociale verantwoordelijkheidsnorm: Zij die zich goed kunnen redden, moeten zij die daartoe niet in staat zijn helpen.
- Help anderen die het slechter hebben dan jij.
- Normen in hechte relaties en hechte groepen.
Controle: Wanneer iemand hulp nodig heeft vanwege een reden waar hij/zij niets aan kan doen, zijn we eerder geneigd om te helpen dan wanneer iemand zelf verantwoordelijk is voor de malaise.
Moet Ik Helpen?
Verwante website: Het verhaal van Kitty Genovese
Is het bieden van hulp aan mij? Spreiding van verantwoordelijkheid
Hoe meer anderen aanwezig zijn om te helpen, hoe minder verantwoordelijk we ons voelen en hoe kleiner de kans dat we helpen.
Verwante website: Meer over de spreiding van verantwoordelijkheid:
Wanneer normen hulp gepast maken
Mensen die leiderschapsverantwoordelijkheid dragen of degene zijn die zouden moeten helpen, worden gezien als rolmodel of voorbeeld, de norm voor hulpgedrag definiërend.
Door de (hoeveelheid) hulp van anderen aan te halen, vergemakkelijk je prosociaal gedrag.
Het leren van ouders of religie van sterke normen die het geven om anderen voorschrijven, leidt tot meer prosociaal gedrag.
Wanneer normen hulp ongepast maken
Er zijn normen die voorschrijven niet te helpen:
- Norm van familieprivacy: Je bemoeit je niet met familiare/huwelijkse problemen. De vrouw zou zich ongemakkelijk kunnen voelen en de man zou aggressief kunnen reageren.
- Norm van “bemoei je met je eigen zaken”.
Wat betekent dit?
Om te kunnen helpen, moet je de behoefte aan hulp opmerken. Wanneer opgemerkt moet je beslissen of iemand je hulp verdient. De beslissing om te helpen hangt af van de aanwezigheid en acties van anderen: Hoe meer anderen aanwezig zijn, hoe kleiner de kans dat je helpt. Sociale en persoonlijke normen spelen ook een rol in hulpgedrag, naast de (on)gepastheid van hulp: Je bemoeit je niet met huwelijksproblemen.

